Over ons
Wat betekent Padjelanta?
De naam Padjelanta komt van Badjelannda, Samisch voor ‘het hoge land’ of ‘zomerweide’. In de zomer brengen de Sami (Laplanders) hun kudde`s rendieren naar een ‘Padjelanta’ waar de westenwind de insecten verjaagd. Daarnaast is het de naam van een 210.000 ha groot natuurpark in Noord-Zweden.
Liefde voor Scandinavië
De liefde voor Scandinavië komt overal tot uiting op de camping: de rode verf, de houten gebouwen en ook in de naamgeving van de kampeervelden.
Onze visie
In 2021 hebben wij (Ronald, Digna en onze kinderen) Camping Padjelanta overgenomen. Wij zijn de 3e eigenaren die het gedachtengoed en de Scandinavische uitstraling van de camping in stand houdt. Wij willen graag van iedere vakantie, voor jong en oud, een beleving maken. Waar de een geniet van de rust, doet de ander het liefst mee aan alle activiteiten. We willen graag dat mensen zich welkom voelen!
In 2021 zijn we gestopt met ons werk en hebben we ons volledig op de camping gestort. Voor ons een nieuwe wereld. We mogen graag kamperen, maar het runnen van een camping was nieuw voor ons. Langzaamaan maken we het ons eigen en ontwikkelen we onze eigen visie.
Tot snel op de camping?
Ronald & Digna
De geschiedenis van Padjelanta
Hoog in het Noorden, boven de Poolcirkel, in Zweeds Lapland, ligt het Nationaal Park 'Padjelanta'. Tezamen met de Nationale parken Sarek en Stora-Sjofallet vormt het de laatste onberoerde wildernis, die we nog in Noordwest-Europa hebben. De naam Padjelanta is eeuwen geleden door de rendierjagers aan dit gebied gegeven. Het betekent 'Hoger gelegen land'. Land in de bergen, het is de zomerweide voor de rendieren van Jokkmokk en wijde omgeving. Het gebied wordt bewoond door Samen, de benaming Lappen is eigenlijk een scheldwoord.
Eeuwenoud
In de lange, donkere en koude winter, wanneer de zon maar niet boven de horizon wil komen, droomden de herders van de komende voorjaarstrek met 'hun' duizenden rendieren naar Padjelanta. Dat was het gebied van overvloed voor mens en dier. Het gebied, waar je in het hoger gelegen gedeelte minder last had van de stekende muggen. En een ieder, die wel eens in Lapland is geweest, weet te vertellen van de muggenplaag. Een land waar de zon – de middernachtzon – in het hartje van de zomer niet ondergaat. Vierentwintig uur lang licht, wat moet dat betekenen voor een volk, dat in de wintermaanden blijft verstoken van het licht van de zon! Padjelanta was en is nog steeds een begrip!
Naar en door dat gebied loopt een eeuwenoude rendierjagersroute, de zgn. Padjelantaleden. De oude route is ruim 80 kilometer en loopt van Kvikkjokk naar Staloluokta. Staloluokta is een gehucht – een lappennederzetting voor de zomermaanden – van zo'n 20 köta's. Het ligt aan het Virihauremeer, het mooiste meer van Zweden, naar men zegt. Een meer, waar de fjällröhring nog zwemt. Een vis, die in Zweden, maar zeker in Rusland, als een lekkernij geldt. Te midden van die köta's ligt een heel eenvoudig kerkje, eveneens opgetrokken uit hout en plaggen, met een kruis erop.
Op reis
Met een groep van zestien personen uit Vledder en omgeving zijn mijn vrouw en ik, onze twee zonen Pieter Jan en Johan, naar Lapland getrokken om die route te lopen. Initiatiefnemers waren Jannes Ipema en zijn vrouw Jenny de Wilde, de vroegere eigenaren en exploitanten van de camping 'Padjelanta' aan de Middenweg in Vledder. Over hen en de tocht later meer.
Eerst moet u als lezer nog iets weten over de historische achtergrond van dit prachtige gebied. De Samen zijn een etnische minderheid in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Als volk hebben zij geen staat. De Samen vormen een klein volk, naar schatting zo'n vijftig- à zestigduizend mensen. Twee derde van hen woont in Noorwegen, vijftienduizend in Zweden, vierduizend in Finland en tweeduizend in Rusland. Al sinds het begin van onze jaartelling wordt zowel door de Romeinen als de Grieken geschreven over de skriti-phinnoi (de skilopende Finnen). Grenzen kent het woongebied niet.
De relatie met Vledder
Aan de Middenweg in Vledder ligt de camping 'Padjelanta' met daarnaast de pannenkoekenboerderij 'de Wilde Hof'. In het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw begon Jannes Ipema, daarbij bijgestaan door zijn vrouw Jenny de Wilde, een loonbedrijf op de plaats waar nu het pannenkoekenrestaurant staat. Als gevolg van veranderende arbeidsomstandigheden besloten ze in de winter 1957/1958 het bedrijf te beëindigen, ze zagen veel meer kansen in het opkomende toerisme. De grote schuur werd omgebouwd tot een pannenkoekenboerderij, blokhutten werden gebouwd en op het naastliggende weiland kwam een camping. Een uitstekende keus, zo bleek al gauw.
Jannes Ipema en Jenny de Wilde kwamen daarvoor al veel in Scandinavië en hadden een bijzondere voorliefde voor het boven de poolcirkel gelegen natuurgebied 'Padjelanta'. Vandaar dat ze de camping de naam 'Padjelanta' gaven. De pannenkoekenboerderij kreeg de naam 'De Wilde Hof', bedacht door dominee Speelman, immers de achternaam van Jenny was de Wilde. Het echtpaar had geen kinderen. Het restaurant werd ingericht met allerlei voorwerpen uit Zweden, zoals rendiergeweien, Lapse kunst en kleding. Tijdens de Kerstmarkt 1988 kwam Jannes met het idee met verschillende mensen uit Vledder de zgn. Padjelantaleden, de tachtig kilometer zware voettocht van Kvikkjokk naar Staloluokta, te lopen. Zestien mensen besloten met hem mee te gaan. Hij en zijn vrouw Jenny zouden als gidsen optreden.
De voorbereiding
Staand v.l.n.r. Frank Hettema, Hanny van Brakel, Hinke Stuiver, Ben Hempen, Seth van Rossum, Joost Poot, Tiemen Stuiver. Zittend: Lia van Rossum, Gerke Walinga, Cees van Brakel.
Voorafgaande aan de tocht moest er flink worden getraind, we wisten dat de tocht zwaar zou worden. Het landschap is niet altijd even toegankelijk, riviertjes, die springend van steen tot steen of wadend – een enkele keer tot je middel – moesten worden overgestoken en soms voerde de tocht langs besneeuwde bergkammen.
Tussen Kvikkjokk en Staloluokta is geen winkel of restaurant te bekennen, alleen zijn er berghutten, waarin je kunt slapen. Dat betekent dat er voor tien dagen leeftocht moet worden meegenomen. Voor een paar dagen extra omdat soms als gevolg van verslechterende weersomstandigheden een dag niet kan worden gelopen.
Het was onze bedoeling de tocht in zeven dagen te lopen en 's nachts in de berghutten te overnachten. In die berghutten is geen gas, elektra of water. Koken deed je op een primus of op houtvuur. Je waste je in de rivier met helder en zuiver water, water dat je zo kon drinken. In Nederland loop je al gauw 5 à 6 kilometer per uur, daar mag je blij zijn als je gemiddeld anderhalve kilometer per uur haalt.
In februari 1989 zijn we met de training begonnen, elke maand een keer gezamenlijk en dan liepen we een tocht van ruim twintig kilometer. De dames droegen een rugzak vol met stenen of aardappels van ca. vijftien kilo, de mannen torsten een rugzak met een inhoud van ca. achttien kilo. Natuurlijk werd er ook individueel getraind.
En dan gebeurt er iets afschuwelijks. Kort voor ons vertrek werd Jenny ernstig ziek, waardoor Jannes en zij moesten besluiten van de tocht af te zien. We zijn onze gidsen kwijt. Voor we vertrokken kregen we van hen een uitgebreid advies over voeding en kleding.
Het vertrek
Als trefpunt kiezen we voor Jokkmokk. Alle deelnemers gaan er op eigen gelegenheid naar toe. De één met het vliegtuig, de ander met de auto en enkelen kiezen voor de trein. Die treinreis was op zichzelf al weer een groot avontuur met vele belevenissen, zo vertelden onze zonen. Nadat iedereen was aangekomen vertrok de groep de daaropvolgende dag naar het 80 kilometer noordelijker gelegen Kvikkjokk, waar we nog een nacht hebben geslapen. Van een wat oudere Lap kochten we vlug nog wat authentieke olie die ons tegen de muggen moest beschermen, een enkeling kocht een hoed met muskietengaas. Van Stig Kurkinen, commandant de brandweer van Jokkmokk, kregen we een noodtelefoon mee.
Aan de oever van het meer stond de andere dag al heel vroeg een Lap met een boot op ons te wachten. Om zijn gordel droeg hij een groot mes met een schede met een kromme punt. Hij vaart ons naar de andere kant van het meer en dan is er geen terugweg meer mogelijk.
De echte tocht kan beginnen!
De tocht
Het voert te ver deze tocht in detail te beschrijven, maar natuurlijk valt er wel wat te vertellen. Soms viel de tocht mee, soms was het zwaar. Het oversteken van rivieren zonder bruggen en het beklimmen of afdalen van steile glibberige hellingen deden een behoorlijk beroep op je conditie. Dan was er nog de vervelende bijkomstigheid van de altijd aanwezige muggen, soms met duizenden tegelijk. Zweet verdreef de ingesmeerde olie en dan was het weer raak. Onbedekte delen van het lichaam zaten dan vol met bulten en dat veroorzaakte jeuk, flinke jeuk …
Ook waren er soms problemen over het leiderschap. Niemand had de tocht eerder gelopen en dan was het moeilijk te kiezen welke route moest worden gelopen. De één weet het dan nog weer beter dan de ander. Toch zijn we er altijd weer uitgekomen. Het kompas was dan een welkom instrument. En dan had je de snelle en de langzame lopers. De afspraak was bij cruciale oversteekplaatsen altijd op elkaar te wachten. Samen uit samen thuis!
De tocht ging van laag naar hoog, tot ruim 1500 meter. Eerst nog naaldbomen, die overgingen in dwergberken, poolwilgen, kraaiheide, veenmos, gesteente en eindigend in sneeuw met gletsjers. Aan het eind van de vierde dag gebeurde er een vervelend ongeluk, iemand gleed bij het oversteken van een rivier van een steen, ging daarbij bijna kopje-onder en verstuikte flink haar enkel. Verder lopen was onmogelijk. Met de noodtelefoon werd om hulp gevraagd.
Oversteken in een niet-Nederlandse omgeving. Teamwork is duidelijk bittere noodzaak. Rechts: Johan Stuiver helpt Ben Hempen over de stroom.
Kort daarop verscheen een helikopter en de pechvogel vloog samen met haar man naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Gällivare, een stadje ver boven de Poolcirkel. De enkel werd verbonden door een Deense vrouwelijke arts en een overnachting werd aangeboden en dat allemaal voor slechts vijfentwintig Zweedse kronen.
De dag daarop vloog het echtpaar met een watervliegtuigje naar het eindpunt Staloluokta om toch bij de aankomst aanwezig te kunnen zijn, nog niet wetende dat iets meer dan de helft van de groep zou arriveren.
Wat was er namelijk gebeurd? Nog op de avond van het ongeluk kwam van de brandweer de waarschuwing niet verder te lopen in verband met verslechterende terreinomstandigheden als gevolg van sneeuwdooi. Dit leidde tot heftige discussies. Zo'n waarschuwing sla je toch niet zo maar in de wind. Een deel van de groep besloot desondanks door te gaan, een ander deel besloot terug te lopen.
Natuurlijk waren er ook prachtige momenten, het genieten van de ongerepte natuur, de prachtige vergezichten en vaak van de absolute stilte zonder enig verkeerslawaai. Rendieren, die passeerden, geweien, die werden gevonden en meegenomen. 's Avonds kon je genieten van de prachtige sagen en sprookjes, die werden verteld door verhalenverteller/bioloog Jan Wartena. Tijdens de tocht maakte hij schetsen, die hij later thuis in aquarellen heeft uitgewerkt. En niet te vergeten de Middernachtzon, de zon die een paar weken rond de zonnewende niet ondergaat. Een niet te beschrijven licht en sfeer geeft dat.
Op het eindpunt in Staloluokta staat een eenvoudig kerkje, opgetrokken van hout en heideplaggen met een kruis erop. Jannes Ipema had ons op de schoonheid van dit kerkje gewezen en verteld dat juist dit kerkje bij hem zoveel religieuze gevoelens had opgeroepen. Met een watervliegtuigje vlogen we terug naar Kvikkjokk, waar de groep zich weer verenigde.
Kortom, het was een overlevingstocht om nooit te vergeten.
De brandweerkorpsen van Vledder en Jokkmokk
Jannes Ipema was bevelvoerder van een eenheid bij de brandweer van Vledder. Hij zorgde ervoor dat de korpsen van Vledder en Jokkmokk met elkaar in contact kwamen. Dit leidde tot verschillende uitwisselingen, de Zweedse brandweerlieden kwamen met hun dames tweemaal naar Vledder en omgekeerd gebeurde precies hetzelfde. Aan die uitwisselingen bewaart men nog steeds goede herinneringen, ook wenst men elkaar nog ieder jaar een goede Kerst en een voorspoedig Nieuwjaar.
Ten slotte
Deze bijdrage is ook geschreven als blijk van grote waardering voor al hetgeen Jannes en Jenny Ipema voor de Vledderse gemeenschap hebben gedaan. Beiden waren altijd actief in en voor het verenigingsleven, kerk en zondagsschool. Jannes verzorgde regelmatig de NH Kerk jeugddiensten, die druk werden bezocht. Jenny genoot bekendheid als zangeres, zij zong klassiek op een hoog niveau.
Het waren Jannes en Jenny Ipema, die ons in aanraking brachten met dat prachtige natuurgebied ver boven de Poolcirkel.
Tiemen Stuiver